This site uses cookies to provide you with a more responsive and personalised service. By using this site you agree to our use of cookies. Please read our PRIVACY POLICY for more information on the cookies we use and how to delete or block them.

Het Verjaringsbeleid van de Landsontvanger van Curacao

03 juli 2017

Sedert jaren hanteert de Ontvanger het beleid dat een gehonoreerd verzoek om uitstel
van betaling de termijn van een dwangbevel stuit. Deze opvatting is in strijd met wet en
jurisprudentie.


Wet: Gelet op het feit dat noch in de Comptabiliteitsverordening, noch in de
Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943, noch in het BW, noch in
de Invorderingsverordening expliciet is bepaald, dat de verjaringstermijn wordt verlengd
met de duur waarvoor uitstel van betaling is verleend, dient geconcludeerd te worden dat
uitstel van betaling niet relevant is voor de verjaringstermijn.

Jurisprudentie: De uitspraak van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba d.d. 13 januari
2016, zaaksnummer A.R. 934 van 2015 is duidelijk. Het Gerecht stelt in overweging
4.4: “Deze verjaring kan worden gestuit door elke invorderingsmaatregel tegen de
belastingschuldige alsmede door zijn erkentenis, door woorden of daden van het bestaan
van de belastingschuld. Het enkele feit dat X Bank uitstel van betaling heeft gevraagd
impliceert niet dat zij de aanslag 2003 heeft erkend. Integendeel, uit het bezwaarschrift
en het uitstelverzoek van 25 april 2007 volgt immer dat X Bank de aanslag 2003 integraal
betwist. De stelling van het Land dat het verzoek om uitstel aangemerkt dient te worden als
een stuitingshandeling wordt dan ook verworpen.”

Conclusie: De Ontvanger kan niet stellen dat de verjaring is gestuit doordat uitstel van
betaling is verleend betreffende een aanslag waartegen bezwaar is gemaakt.

De auteur is verbonden aan BDO TAX / [email protected]