Artikel:

De spelregels van de Belastingdienst - Deel 2

19 april 2018

In het voorgaande artikel hebben we toegelicht hoe de schending van het vertrouwensbeginsel de Inspecteur verplicht de juiste wetstoepassing opzij te zetten. In dit artikel gaan we in op het gelijkheidsbeginsel.

Gelijkheidsbeginsel
Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld en betekent derhalve ook dat ongelijke gevallen ongelijk moeten worden behandeld. Een ongelijke behandeling is enkel mogelijk indien een rechtvaardigingsgrond dit toestaat.

Om met succes een beroep te kunnen doen op het gelijkheidsbeginsel moet aan de hierna genoemde voorwaarden zijn voldaan:

  1. Er moet sprake zijn van gelijke gevallen;
  2. Er moet sprake zijn van rechtens gelijke gevallen;
  3. Er moet geen objectieve of redelijke rechtvaardigingsgrond aanwezig zijn;
  4. Er moet sprake zijn van een begunstigend beleid of oogmerk van begunstiging.

Gelijke gevallen
De vraag rijst wat precies bedoeld wordt met gelijke gevallen. De beantwoording hiervan is niet eenvoudig. Van gelijke gevallen is er sprake indien feitelijk dezelfde kenmerken in beide gevallen voorkomen. Het moet wel gaan om omstandigheden die van belang zijn voor de toepassing van de wet of beleidsregel.

Rechtens gelijke gevallen
Naast gelijke gevallen moet er ook sprake zijn van rechtens gelijke gevallen voor een succesvol beroep op het gelijkheidsbeginsel. Hiervan is sprake als dezelfde wettelijke bepaling of algemene beginselen van toepassing zijn bij zowel u als degene waarmee u zich vergelijkt.

Ontbreken van een rechtvaardigingsgrond
Doorslaggevend voor de toepassing van het gelijkheidsbeginsel is dat er geen rechtvaardigingsgrond aanwezig mag zijn, die de ongelijke behandeling rechtvaardigt. Als een dergelijke rechtvaardigingsgrond ontbreekt, kan de juiste wetstoepassing achterwege blijven indien er sprake is van:

  1. een begunstigend beleid; of
  2. een oogmerk van begunstiging.

Begunstigend beleid
Van begunstigend beleid is sprake als de Belastingdienst voor een bepaalde groep van gevallen bewust een standpunt inneemt dat voor deze groep gunstiger is dan bij een normale toepassing van de wet. Het moet dus gaan om een bewust en consistent toegepast beleid.

Oogmerk van begunstiging
Bij oogmerk van begunstiging bevoordeeld de Inspecteur één of meer tot een groep behorende belastingplichtigen ten opzichte van anderen, zonder enige reden. Ook hier is het van belang dat de Inspecteur bewust is van de begunstiging.

Het is niet altijd eenvoudig om met succes een beroep te doen op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Mocht u na het lezen van deze artikelen nog vragen hebben omtrent de algemene beginselen, dan kunt u gerust contact opnemen met ons team.